Algemeen
Binnenkort wordt uw kind een dag opgenomen op de Kinderdagverpleging om een operatie aan de ogen te ondergaan. Door middel van deze operatie zal het scheelzien, strabismus genoemd, zoveel mogelijk verholpen worden. De oogarts en de orthoptiste hebben u uitleg gegeven over deze ingreep. In deze folder staat aanvullende informatie over de strabismusoperatie. In de folder ‘Kinderdagverpleging’ vindt u adviezen over de voorbereiding van uw kind over de operatie en over de gang van zaken op deze dag.
Scheelzien
Scheelzien of strabismus betekent dat beide ogen niet in dezelfde richting kijken. Er bestaan vele vormen van scheelzien. Soms staat het afwijkende oog naar binnen, richting neus, soms staat het oog naar buiten, richting oor. Ook is het mogelijk dat een kind afwisselend met het ene of met het andere oog kijkt.
Strabismusoperatie
Aan de buitenkant van de oogbol bevinden zich de oogspieren. Deze spieren bewegen het oog. Om het scheelzien zoveel mogelijk te verhelpen worden er tijdens de operatie één of meerdere spieren verplaatst of ingekort. De oogarts voert de operatie meestal aan beide ogen uit, om de stand zo recht mogelijk te krijgen. In de meeste gevallen is één operatie voldoende om een rechte oogstand te krijgen. Soms zijn er echter meer operaties nodig om het scheelzien te verhelpen. De operatie vindt plaats onder algehele narcose en duurt ongeveer 45 minuten.
Voorbereiding thuis
Het is mogelijk dat u een recept van de oogarts hebt gekregen voor oogdruppels na de operatie. Het is handig om deze oogdruppels alvast in huis te halen. Na de operatie kan licht pijnlijk zijn aan de ogen. Neem daarom een zonnebril mee voor uw kind.
Na de operatie
De oogarts komt meestal direct na de operatie bij u in de wachtruimte van de uitslaapkamer. Hier vertelt hij hoe de operatie is verlopen. Na de operatie komt er soms wat bloederig vocht uit het oog en/of de neus. Dit is normaal. Uw kind kan last hebben van prikkende ogen, alsof er zand inzit. Daardoor kan uw kind zijn/haar ogen moeilijk open houden. In het algemeen verdwijnen deze klachten na een paar uur. Soms klaagt het kind over dubbelzien. Dit gaat vanzelf weer over. Veel kinderen zijn misselijk. Voor de operatie krijgt uw kind een zetpil tegen misselijkheid. Uw kind krijgt tijdens de operatie een infuus in de hand of arm. Dit is een dun slangetje in een bloedvat (een ‘infuusnaald’) dat via een lange slang verbonden is met een vloeistofzak. Na de operatie blijft de infuusnaald in de hand of arm zitten. De verpleegkundige verwijdert de infuusnaald voor ontslag.
Naar huis
Als alles goed gaat mag uw kind twee uur na terugkomst op de afdeling naar huis. U hebt al een afspraak bij de orthoptiste voor ongeveer een week na de operatie. Zij controleert dan op de polikliniek de ogen van uw kind.
Nazorg
- Het oogwit is rood doorlopen. Deze roodheid kan twee weken duren en verdwijnt vanzelf. De oogleden kunnen wat opgezet zijn.
- Geïrriteerde ogen kunt u reinigen met een watje met lauw gekookt water.
- Probeer wrijven in de ogen de eerste dagen zoveel mogelijk te vermijden. Laat uw kind voor het slapen gaan de handen wassen. Wrijft uw kind tijdens het slapen toch in de ogen, dan komt er geen vuil in.
- Indien voorgeschreven start u bij thuiskomst met de oogdruppels. Gebruik de oogdruppels tot de eerste controle op de polikliniek.
- Bij pijn kunt u uw kind een paracetamol geven. De hoeveelheid is afhankelijk van de leeftijd en het gewicht van uw kind. Geeft u voorlopig geen middelen die acetylsalicylzuur bevatten, zoals Aspirine, Acetosal, enzovoort.
- Thuis mag uw kind voorzichtig beginnen met eten en drinken (vla, yoghurt, beschuit). Gaat dit goed, dan kan uw kind weer gewoon eten en drinken. Bij aanhoudende misselijkheid is het verstandig de volgende dag de huisarts te raadplegen.
- De eerste dag kan uw kind wat oriëntatieproblemen hebben, bijvoorbeeld naast een stoel gaan zitten of tegen iets oplopen.
- Zodra uw kind zich goed voelt mag hij/zij weer naar school. In verband met infectiegevaar is spelen in de zandbak en zwemmen niet toegestaan tot aan de eerste controle in het ziekenhuis (ongeveer na één week). Uw kind mag wel gewoon naar buiten.
- Bij problemen kunt u gedurende de eerste 24 uur na de operatie contact opnemen met de Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis. Daarna kunt u de polikliniek oogheelkunde of uw huisarts bellen.
Vragen
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan voordat uw kind wordt opgenomen. U kunt hiervoor bellen met:
- Polikliniek oogheelkunde: (0314) 32 96 14
Bereikbaar van 09.00 tot 16.00 uur
- Kinderdagverpleging: (0314) 32 92 31
Bereikbaar van maandag tot en met donderdag van 07.30 tot 15.00 uur
- Spoedeisende Hulp: (0314) 32 95 37
Samenwerking
De afdeling Oogheelkunde maakt onderdeel uit van het Oogzorgnetwerk. Het Oogzorgnetwerk is een samenwerkingsverband tussen verschillende oogheelkundige afdelingen in Nederland. Het Oogzorgnetwerk is een initiatief van het Oogziekenhuis Rotterdam.
Hoe gaan wij met uw vertrouwelijke gegevens om
Zodra u zich meldt in het ziekenhuis, leggen wij persoonlijke gegevens over u vast. Die gegevens zijn geheim. Alleen de arts die u behandelt, de ziekenhuismedewerkers die bij uw behandeling betrokken zijn en uzelf mogen uw gegevens inzien. Daarnaast kunnen uw huisarts, de huisartsenpost en uw apotheker een samenvatting van uw medische gegevens inzien bij spoedeisende zorg buiten praktijkuren. Meer informatie over de omgang met uw gegevens en andere rechten en plichten, kunt u lezen in de folder ‘Uw rechten en plichten als patiënt’. Deze folder is verkrijgbaar op de poliklinieken, de verpleegafdelingen en bij het Bureau Patiëntenvoorlichting. De folder kunt u ook lezen op
www.slingeland.nl.
Slingeland Ziekenhuis
Kruisbergseweg 25
Postadres:
Postbus 169
7000 AD Doetinchem
Telefoon: (0314) 32 99 11
Internet:
www.slingeland.nl